Het verdriet dat ik niet kende, maar toch voelde

Voorouderlijk werk en het dragen van oud verlies

Er was een tijd dat ik niet begreep waarom ik zo geraakt werd door verhalen over verlies. Miskramen, doodgeboren kindjes, vrouwen die hun kind nooit in hun armen mochten houden — het deed iets met me. Echt, als ik hier alleen al over hoorde of las, dan liepen de tranen over mijn wangen.

Diep vanbinnen voelde ik een rouw die ik zelf nooit had meegemaakt. Althans, niet bewust.

Pas toen ik me ging verdiepen in voorouderlijk werk, vielen er puzzelstukjes op hun plek. In mijn vrouwenlijn werd niet gesproken over verlies. Mijn oma verloor een kindje tijdens de zwangerschap. Mijn moeder had een miskraam, ergens tussen haar drukke leven door. Er was verdriet, maar er was geen ruimte om het te voelen. Geen woorden. Geen rituelen. Alleen stilte.

En toch… wat geen plek krijgt, verdwijnt niet. Het gaat ergens in het systeem zweven. Soms nestelt het zich in een volgende generatie. In een lichaam dat gevoelig is, een hart dat diep voelt. In mij.

Erkenning

Voorouderlijk werk gaf me de taal om dit stille verdriet te erkennen. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor de vrouwen vóór mij. Zo klein, ongezien en zelfs wist ik geen namen, toch had het aandacht nodig. Tijdens de sessies heb ik tranen gehuild vanuit oma, maar óók vanuit deze zieltjes indrukken mogen ontvangen. Hun verhaal en beleving deed ertoe. Het was vooral van belang dát het een keer gevoeld zou worden.

Het is bijzonder wat er gebeurt als je ruimte maakt voor dat wat lang is weggestopt. Er komt zachtheid. Er komt lucht. Ik voel nu op alle lagen: ik hoef dit niet langer (alleen) te dragen.

Er mag gehuild worden, maar ook weer gelachen. Deze zieltjes zijn gezien, gevoeld, erkend. En los, zodat zij ook weer verder kunnen.

  • Geschreven vanuit de ervaringen van mijn cliënte R –

 

Lichte oefening: een plek geven aan wat er was

Zoek een rustig moment voor jezelf. Steek een kaarsje aan. Adem diep in en uit.
Sluit je ogen en stel je voor dat je vóór je een lijn van vrouwen ziet. Je moeder. Je grootmoeder. En de vrouwen daarachter.

Vraag in stilte: Is er een kindje dat vergeten is? Iets dat geen plek kreeg?
Laat je verbeelding zachtjes spreken. Misschien zie je iets. Misschien voel je alleen iets vaags — dat is genoeg.

Zeg dan in jezelf, tegen dat kindje:
“Ik zie jou. Jij hoort erbij. Je hebt een plek.”

Je kunt een brief schrijven, een symbool op een altaartje leggen, of gewoon even in stilte bij dit moment blijven. Alles wat erkend wordt, kan verzachten.